ieniemienieblogmuis

blogt over van alles en nog wat


Een reactie plaatsen

30 april 2017 om 23.48 uur

Je neemt toch altijd “je” kinderen mee naar huis. “Zijn” kinderen worden “mijn” kinderen en “mijn” kinderen worden “zijn” kinderen. Wij praten wat af over “onze” kinderen en “onze” kinderen veroveren op één of andere manier toch altijd een plekje in onze harten en volgens mij is dat bij elke docent in meer of mindere mate het geval.
Toen wij vandaag hoorden dat zijn leerling -vorig jaar zijn mentorleerling- zo ruw uit het leven is gerukt, hebben we samen zitten huilen. Veel later zijn we maar gewoon onze dingen weer gaan doen, maar gewoon is dan ineens niet gewoon meer.
Hij had net zijn examens gedaan en tijdens het praktijkexamen had hij gezegd dat hij hout ging doen. Elektro was het toch niet voor hem. Toekomst, toekomstdromen vervlogen.
Op de tafel in de voorkamer brandt een kaarsje.

5 mei 2017 om 19.31 uur

Terug van de condoleance. Nog steeds een gevoel van ongeloof, van verbijstering. Eigenlijk een achtbaan vol emoties.

6 mei 2017 ’s middags

Ik schrok wakker, ik schoot omhoog en zag hem voorbij rijden. Zijn laatste reis.

 


Een reactie plaatsen

Even terug in de tijd

Na een bezoek aan een fantastisch leuke tentoonstelling van de historische vereniging, gingen we naar de nabij gelegen begraafplaats. Pim wilde daar altijd al een keer kijken, maar het kwam er nooit van. Vandaag dus wel.
We kwamen langs het graf van Seth. Alle onze lessen op de Bertrand vervielen op de middag van zijn uitvaart. Dat de lessen vervielen kwam via de intercom. Eerst blijheid dat we een middag vrij waren tot we de reden hoorden. Het was voor mij toen de eerste keer dat ik besefte dat ook jonge mensen overlijden. Seth, maar dat wist ik toen nog niet, was een oud-klasgenootje van Pim.
We kwamen langs het graf van Joke. Ze overleed een maand en een dag voor Richard. Joke en Ron: ze hadden toen bijna net zo lang verkering als wij, ze hadden dezelfde dromen als wij: opleidingen afronden, samenwonen, samen de toekomst tegemoet.
We kwamen langs de graven van onze oude buren.
We kwamen langs het graf van Peter. We zaten samen in de oudercommissie: hij als leerkracht, ik als ouder. Hij hielp mij voordat ik begon met de pabo. Ik ben nog een keer bij hem thuis geweest om foto’s te maken van hem en zijn toenmalige echtgenote.
Pim en ik streken op een bankje neer. Met de zon op onze gezichten gingen we even terug in het verleden, terug in de tijd. We deelden individuele en gezamenlijke herinneringen.
Het is en blijft bizar dat Pim zo vroeg, zo jong zoveel oud-klasgenootjes verloor én zijn moeder én zijn broertje én zijn kindje. Toen we weer thuis waren, vertelde hij dat één van die oud-klasgenootjes kort na het verlaten van de lagere school zelfmoord had gepleegd. Zo triest.
We vonden allebei dat er heel veel jonge mensen lagen. Allemaal geboren in het begin van de jaren vijftig en nu -soms al weer jaren- heengegaan.
Er was in ieder geval één kindergrafje van een in stilte geboren kindje: één datum, een weglopend beertje. Zo mooi, zo ontroerend. Toch ben ik nog steeds heel blij dat wij het zo gedaan hebben zoals wij het hebben gedaan.


Een reactie plaatsen

Noorman

Vandaag even alle fragmentjes van facebook geplukt en hieronder geplaatst.

17 januari 2017

Net met Noorman naar de dierenarts, daarna door naar een andere dierenarts. Daar brengt hij de nacht door. Morgen wordt er daar een echo gemaakt. Het was wel erg om hem achter te laten in zo’n klein hokje.

Het gaat niet goed met hem. We moeten toch maar rekening houden met het ergste. Noorman heeft volgens mij geen pijn. Hij is heel dik, maar na weging dus heel mager. Hij had hoge koorts. Ik vond ‘m er ook pips uitzien, hoe raar dat ook klinkt voor een kat.

18 januari 2017

Noorman is weer thuis en hij is me toch een portie blij en superaanhankelijk. Hij heeft geen koorts meer, maar kan nog wel misselijk zijn (hij liep meteen naar het bordje en ging brokjes eten). Hij mag niet naar buiten, omdat hij diarree heeft. Dat vindt hij niet leuk.
Er zijn veel onderzoeken gedaan, maar er is niets uitgekomen. Die dikke buik is natuurlijk gewoon niet goed en komt niet door teveel eten. Eigenlijk is ‘ie zelfs met dikke buik aan de magere kant. Best bizar. Er is buikvocht afgenomen en dat wordt onderzocht. Het is dus afwachten.
Ik geniet in ieder geval van Noormans aanwezigheid hier in huis. Zo fijn dat hij er weer is.

14 februari 2017

Om 1.20 uur was Noorman nog niet binnen. Ik maak me zorgen.

.. februari 2017

Noorman had weer vaste ontlasting en mocht dus weer naar buiten. Wel een beetje eng met zo’n geschoren buik en nek met deze kou. Na een half uur kwam Noorman weer binnen. Hij lijkt helemaal happy en zit weer op zijn “eigen” bank.

17 februari 2017

Om 14.45 uur is Noorman heel rustig en zo vredig van ons weggegaan. Hij lag op zijn eigen groene vloerkleed met zijn kop in mijn arm en aan de andere kant zat Pim -hij mocht godzijdank gelijk naar huis van zijn teamleider- op de grond als een beschermer om ons heen. Het is goed zo, echt goed, maar we zijn echt heel erg verdrietig.

17 februari 2107

We gaan Noorman echt zo missen. Het was zo’n lekker ding, een echte macho, een baas. Als wij thuis kwamen, kwam hij ons al buiten de tuin begroeten. En hij genoot echt zo als wij buiten zaten. Hij kwam dan altijd bij ons zitten. Het meest vreugdevolle moment van elke dag was het avondeten en daar genoten wij dan weer van. Hij is bij ons geboren, getogen en gestorven. Hij was bijna 13 jaar ons gezinslid. Ik vind het te jong.

Twee avonden geleden probeerden we nog een rondje om met hem te lopen. Pleppie, ons adhd-ertje, ging ook luid miauwend en om ons heen springend, mee. Vijf huizen verder zijn we omgekeerd. Het ging gewoon echt niet meer.
Vanmorgen vroeg brachten Pim en ik hem samen naar de dierenarts omdat we dachten dat hij verstopt zat. Dat was niet zo. Alles werd gewoon verdrukt. Om 13.15 uur is hij met mij naar huis gegaan. Pim kwam kort daarna thuis. Hij heeft lekker eten gehad en wij hebben hem geknuffeld en hij ons. Nog voor de dierenarts kwam, had hij daar genoeg van. Zoiets van: het is genoeg, het is goed. Een dierbaar uur. Pure rijkdom.

Wij wisten tot voor kort niet dat de thuisdierenarts bestond en dat deze bij onze dierenartspraktijk hoorde. Dankzij mijn collega Laila (Laila, dank je wel) wist ik het nu wel. Het was gewoon echt zo fijn dat hij hier mocht sterven.

Hij heeft tot na het avondeten op zijn eigen vloerkleed voor zijn eigen bank gelegen. Ja, hij had een eigen bank! Meneer had de nieuwe slaapbank in beslag genomen voor wij hem in de slaapkamer konden plaatsen. Dat was zo leuk, zo grappig. De bank en zijn vloerkleed blijven lekker in de kamer staan/liggen.

24 februari 2017

We zijn een week verder. We hebben leuke dingen gedaan, we hebben echt genoten, maar wel met een huilend hart. We missen Noorman enorm. Eten maken – geen Noorman in de keuken, eten – geen Noorman aan tafel-, thuiskomen – geen begroeting door Noorman-. Geen Noorman op zijn eigen bank, ’s avonds geen Noorman naast Pim op onze bank, ’s morgens geen Noorman die naar binnen of naar buiten wil. ’s Nachts ook niet. Pim draait de deur op slot en ik hoef geen deur meer open en dicht te doen. Jared en Pleppie zijn qua gedrag ook veranderd. Als Pleppie buiten is, begroet zij ons nu vanaf de picknicktafel, Noormans picknicktafel. Jared ligt nu op Noormans bank. Pleppie miauwt wat af: ze vertelt echt hele verhalen. Jared en Pleppie zijn heel knuffelig, zeer waarschijnlijk om ons te troosten en waarschijnlijk hebben zij die troost ook nodig. Het is leeg zonder Noorman, heel leeg.

24 februari 2017

Aaaaaaaaaaah ….

Noormans grote voorbeeld was Boris. Boris was groot, heel groot. Hij kon echt met z’n voorpoten op tafel als hij op zijn achterpoten stond. Noorman hing aan zijn voorpoten aan de tafel. Hij haalde het net niet.
Ik zit nu aan de achtertafel waar Noorman altijd aan hing en ineens ………. probeert Jared het ook te doen. Mislukt.
Een lach en een traan.

11 april 2017

De kamer veranderd en nu toch Noormans bankje uit de kamer verwijderd. Wat mis ik hem. Pleppie en Jared doen trouwens wel hun uiterste best om het gemis wat zachter te maken. Nu zit één van de twee -nee, absoluut niet samen- op Noormans picknicktafel om mij te verwelkomen als ik thuis kom.


4 reacties

Brief aan Derk

4 maart 2016

Dag Derk,

Eigenlijk wilde ik beginnen met ‘Hoi Derk’, maar dat was vast onbekend en ongepast in jouw tijd. Misschien was ‘Moi Derk’ beter geweest, want je was natuurlijk een Groninger en Groningers zeggen ‘Moi’. Derk had ik ook vast niet mogen zeggen, want je bent mijn oudoom en dan moet ik eigenlijk oom Derk en natuurlijk ook u zeggen. Sorry, maar in mijn hoofd ben je altijd gewoon Derk geweest en dat zal je ook altijd blijven.

De eerste keer dat ik hoorde van jouw bestaan, zal ergens in of rond mijn puberteit zijn geweest. Opa Sappemeer, jouw broer Arend, vertelde graag over vroeger aan een welwillende toehoorder en die vond hij in zijn oudste kleindochter.

Hij vertelde over het overlijden van zijn moeder en zijn zusje, ook jouw moeder en jouw zusje. Hij vertelde over het armenhuis en jullie stiefmoeder en hij vertelde slechts één keer over jou. Jij was in de oorlog de fout ingegaan. Iets met zwarte handel. Je was opgepakt en had in de bak gezeten. Je was overleden in Amsterdam en opa en oude opa -jouw broer en jouw vader- waren samen naar jouw begrafenis geweest.

Na zijn bekentenis sprak hij er met mij nooit weer over, maar jij verdween nooit meer helemaal uit mijn gedachten. Ik was immers een oudoom rijker.

Opa’s oudste dochter Rika -mijn mama- sprak nooit over jou en van zijn jongste dochter Lammy -mijn tante- weet ik pas sinds kort dat jij binnen het gezin van je broer werd doodgezwegen. Er mocht niet over jou gesproken worden: je was het zwarte schaap van de familie. Lammy vertelde ook dat ze ooit een bericht van jouw overlijden had gezien die met de geboortedag van haar broertje Piet had te maken en dat het overlijdensbericht mogelijk geplaatst was door jouw verloofde.

Vandaag ben ik samen met mijn man Pim naar het archief in Amsterdam geweest en ik weet nu veel meer over jou, over jouw laatste levensjaren. Thuis gekomen ben ik verder gaan zoeken en heb ik ook nog een telefoontje gepleegd. Alles wat ik te weten ben gekomen, heb ik hieronder puntsgewijs opgeschreven.

  • Op 19 juli 1939 woonde je op de Spuistraat 82.
  • Op 26 september 1940 woonde je op de Weesperzijde (HVO: Hulp Voor Onbehuisden).
  • Op 16 april 1941 woonde je op de Utrechtsestraat.
  • Op 15 mei 1941 ging je naar de Bessemerlaan in Zuilen.
  • Op 27 oktover 1941 had je waarschijnlijk een postbusnummer.
  • Op 22 januari 1942 werd je aan de Weesperzijde (HVO) opgepakt door de politie. Dit was op 19 januari 1942 verzocht. Je werd verdacht van diefstal van geld. Om 14.45 uur arriveerde je op het politiebureau en om 15.30 uur werd je overgebracht naar Utrecht voor een doortransport naar Zuilen.
  • Op 23 januari 1942 stond je ingeschreven op de Weesperzijde (HVO).
  • Je vroeg op 1 juni 1942 een ‘buitenlandsch paspoort’ aan en je hebt dat op of na 11 juni 1942 opgehaald.
  • Op de aanvraag voor het ‘buitenlandsch paspoort’ zag ik voor het eerst in mijn leven hoe je eruit zag. Jouw beroep was toen werkman spoorwegen.
  • Op vrijdag 14 augustus 1942 werd je om 7.30 uur tijdelijk bij de politie in bewaring gebracht. Om 9.00 uur werd je daar afgehaald door de marechaussee. Je was toen grondwerker en woonde tijdelijk op de Weesperzijde (HVO).
  • Op 5 maart 1943 overleed je om 4.40 uur in het Wester Gasthuis.
  • Het Wester Gasthuis was tijdens de Tweede Wereldoorlog de naam van het Wilhelmina Gasthuis.
  • Op de Verklaring van Overlijden staat als doodsoorzaak T.B.C. Pneumonia geschreven.
  • De aangifte van jouw overlijden werd op 9 maart 1943 gedaan door een 16-jarige jongeman.
  • Op 10 maart 1943 werd je op de Noorderbegraafplaats begraven in een algemeen graf (klasse PD). Dat staat op de Opgave wegens Overlijden. Dit werd vandaag ook telefonisch bevestigd door een medewerkster van deze begraafplaats die nu De Nieuwe Noorder heet.
  • Een algemeen graf is een graf dat wordt gedeeld door meerdere personen die geen familiebanden hebben. In zo’n graf worden maximaal drie personen begraven. Na tien jaar worden de stoffelijke resten overgebracht naar het ossuarium (beenderkuil) op deze begraafplaats.

Het zou natuurlijk geweldig zijn als je mij zou kunnen vertellen of alles hierboven klopt. Ik ga nog verder speuren naar sporen van jouw verleden en zal vast nog wel meer te weten komen. Doordat de onderstaande foto op jouw aanvraag voor een ‘buitenlandsch paspoort’ stond, weet ik nu hoe jij eruit hebt gezien.

Foto van Derk

Je hebt een gezicht en een leven gekregen. Het zwarte schaap van de familie? Als ik terugdenk aan de verhalen van opa en zo naar de feiten kijk, heb jij een verre van gemakkelijk leven gehad.

Of het zo moet zijn: één dag voor jouw sterfdag kom ik veel over jou te weten. Morgen, en dus niet op 31 maart is het 73 jaar geleden dat jij overleed. Ik zal aan je denken.

Lieve groetjes,

Je achternichtje


Een reactie plaatsen

Hoera! Een kleinkind!

We wisten natuurlijk al een paar weken dat het zou gaan gebeuren, maar op 5 november 2015 kregen wij als aankomende grootouders het geboortekaartje dat toen al zo’n vijf uur online stond. 90 personen hadden het bericht al leuk gevonden, 26 personen hadden al een reactie gegeven voordat wij het kaartje zagen ……………………

Hij is al zo’n 10 weken oud, maar pas sinds eergisteravond maakt hij het gezin van mijn dochter en schoonzoon -voorlopig- compleet. Hij is klein, heeft schattige rozige oortjes, witte haartjes en hij heet Otto. Bij deze beschrijving moet ik het even houden, want ik ken hem alleen maar van de foto’s die ik heb gezien. Vrijdag gaan we op kraamvisite en mag ik Otto in mijn armen sluiten. Foto’s volgen vast, maar hieronder alvast het eerder genoemde geboortekaartje.

Geboortekaartje Otto - bewerkt

Otto (18 maart 2016)
DSCN9539
Bijgewerkt op 10 mei 2016


Een reactie plaatsen

Emmertje

Bij het zien of horen van woord bucket list -oké, in het Engels zijn het twee woorden- krijg ik altijd zo de kriebels. Er waren mensen in mijn omgeving die zo’n lijst hadden gemaakt en die vervolgens de pijp aan Maarten gaven. Toch heb ik ook wel een emmertje vol dingen die ik nog doen wil, die ik nog zien wil. Als ik dat emmertje tot op de bodem leeg zou maken, mag ik vele honderden jaren niet het hoekje omgaan. Zo wil ik bijvoorbeeld volgend jaar afstuderen, in de komende maanden al het lego in elkaar zetten en na het afstuderen schrijven. Naar verre reizen verlang ik niet, maar wel wil ik graag de voetsporen van keizerin Elisabeth verder volgen. Dat vereist voorbereiding en daar ben ik af en toe wel mee bezig. Dan kom je verrassende plekjes, zoals Hidden England tegen. Da’s dan toch weer leuk van zo’n emmertje: je blijft ‘m vullen, je blijft dromen. Heerlijk toch?

Ook weer erg leuk om te doen -echt ik meen het-: Leren hacken.


Een reactie plaatsen

Zusjes

Mijn zusje en ik waren als water en vuur, alleen verdampte het water niet en werd het vuur niet geblust. We konden niet met en niet zonder elkaar. Als we elkaar een hak konden zetten, dan deden we dat ook. Er zijn veel herinneringen verdwenen, maar de herinneringen die bleven, toveren nu een vette glimlach op mijn gezicht.

Spelden

Als wij logeerden bij één van de opa’s en oma’s sliepen we apart omdat we altijd aan het etteren sloegen. Bij opa en oma Kiel sliep ik altijd op de voorste kamer bij mijn moeder en mijn zusje op de kamer aan de zijkant (die was trouwens veel knusser). Bij opa en oma Sappemeer sliepen we in de kamer van oom Piet op aparte bedden en daar had mijn allerliefste zusje, die zich slapend hield, oma’s speldendoosje omgekieperd in mijn bed en het bed daarna weer netjes opgemaakt. Of het in het Gronings, Fries of Nederlands was, weet ik niet meer, maar wat heb ik gevloekt. ’s Morgens bij het ontwaken bleek dat er nog steeds spelden in mijn bed lagen.

Het lijk in de kast

Terwijl ik lieve romannetjes las, verslond mijn zusje de meest verschrikkelijke horrorboeken met dito titels. Ze had net het boek ‘Het lijk in de kast’ verslonden en ik dacht: “Ha, ik zal je krijgen”. Zusje ging, net als altijd, eerder naar bed dan ik, deed meteen het licht uit en sliep dan vrijwel meteen in. Ook de avond na het lezen van dat verschrikkelijke boek. Wat zij niet wist: er zat een lijk in de kast en dat was ik. Gespannen wachtte ik tot het licht uitging. Te lang wachten kon niet, want dan sliep ze. “Hoehoehoehoehoei, het lijk in de kast”, fluisterde ik met mijn engst mogelijke stem. Mijn zusje brulde de heleboel bij elkaar, ik kreeg ontzettend op mijn flikker van papa en mama en …. het meest bang was ikzelf.

Bedden en gordijnen

Ik vond het heerlijk om mijn zusje op de kast te krijgen. Zoiets is vast erfelijk, want Lex flikte dit jaren later met nepspinnen en face huggers bij mij, maar dat even terzijde. Zo af en toe ging ik al vroeg onder haar bed liggen of op de vensterbank achter de gordijnen staan om haar weer eens de stuipen op het lijf te jagen en dat lukte altijd. Wat had ik dan een lol, wat waren papa en mama dan weer boos (daar snap ik echt helemaal niets van) en vaak deed ik het zowat ik mijn broek van angst. Ik maakte mijzelf altijd banger dan mijn zusje.

Natte broek

Het was niet altijd kommer en kwel of water en vuur. Als onze paps en mams er samen vandoor waren, was het feest. We waren rond de acht en negen jaar en alleen. We sliepen toen nog samen op de kamer die later mijn kamer zou worden. Onze bedden stonden ieder aan de andere kant van de kamer en wij besloten een wedstrijd te houden. Keihard rennen van het ene bed naar het andere bed en dan met een forse sprong erop springen. We hadden me toch een lol tot het moment dat we weer water en vuur waren. Ik was zo kwaad op mijn zusje en wilde haar een enorme trap geven. Helaas had ik een lange en nogal stevige nachtjapon aan en trapte mijzelf door die pon onderuit. Geen water en vuur meer, maar een gezamenlijke slappe lach en bij mij zo erg: ik deed het in mijn broek van het lachen. Samen zorgden wij ervoor dat ik weer droog goed aankreeg en moffelden wij het natte goed weg, want ooooh … als papa en mama het zouden ontdekken. Achteraf denk ik, weet ik, dat ze het ontdekten.